In de nacht van vrijdag op zaterdag hebben onbekenden de gevel van het nieuwe Brusselse museum Kanal bespoten met slogans als “Stop gentfrification”, “Notre ville est pas à vendre” (Onze stad is niet te koop) en “Bourgeois dégagez” (Bourgeois, bol het af). Een futiele daad, die enkel gediend heeft om het hart te luchten, zeker aangezien de graffiti – zoals te verwachten viel – meteen werd verwijderd. Maar de frustratie die hieruit bleek, is zeker te begrijpen.

 

Net als veel steden valt ook Brussel ten prooi aan een stadsontwikkeling die gericht is op een vervanging van de aanwezige bevolking door een welstellender publiek (gentrificatie) en het aantrekken van toeristen door stadsmarketing en prestigeprojecten. Daarmee worden de reële problemen waar de stadsbewoners mee af te rekenen niet opgelost, enkel verplaatst. In de buurt werden en worden er verschillende zeer dure appartementen gebouwd, er is de nieuwe reuzetoren Upsite (waarvan het uitzicht op de hoogste verdieping uiteindelijk toch niet gratis te bewonderen valt, in tegenstelling tot eerdere beloften) en de Thurn en Taxis-site, waar het idee er gedeeltelijk sociale woningen in te huisvestigen ook snel werd opgeborgen.

 

Stadsvernieuwing moet gericht zijn op het creëren van leefbare wijken en betaalbare huisvesting en dito diensten voor iedereen die in de stad wil leven. Onze openbare ruimte – ook al gaat het om een voormalig bedrijfsgewouw (Citroën-garage) is te kostbaar om te gebruiken voor gedeeltelijk persoonlijke ambities van bepaalde politici, de winstbejag van bouwpromotoren in de omgeving en de Parijsfixatie van de Franstalige politieke elite.

Cultuur en musea hebben zeker hun plaats in de stad, maar moeten (ook) gericht zijn op de wijk en haar bewoners en hier mee samenwerken, wat bij de totstandkoming van dit (politieke) project niet het geval is. Veel liever creëert de Franstalig-Brusselse politieke elite een prestigieus museum waarvan het inhoudelijke beleid in Parijs beslist is maar waar ze tegelijkertijd een aantal politieke vertrouwelingen kan 'pistoneren' (Yves Goldstein (PS), Jean-François Leconte (DéFI)). Daarbij mag zelfs het ontbreken van een stedenbouwkundige vergunning, en dus een openbaar onderzoek, blijkbaar geen obstakel zijn …

Tegenover de arrogantie van de Brusselse Franstalige politieke klasse moeten wij een model plaatsen, waarin vertrokken wordt vanuit de noden en verlangens van onze wijken, in het bijzonder die van de zwaksten. Zeker grootschalige projecten (en programma's zoals bv. de 'wijkcontracten') dienen ter goedkeuring van de bewoners worden voorgelegd. De marktwerking moet worden tegengegaan en verlaten, zodat de creatie van (bijvoorbeeld culturele) infrastructuur geen gentrificatie-effecten veroorzaakt ten koste van de aanwezige bevolking. Tot slot mag het gewest zich geen culturele bevoegdheden toe-eigenen ten koste van de gemeenschappen en van de buurtbewoners.